Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Maastrichterweg 249, Equidome Topsport
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0858.BPmaastrichtrwg249-VA01

Artikel 3 Agrarisch - Paardenhouderij

 
3.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor ‘Agrarisch – Paardenhouderij’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – gebruiksgerichte paardenhouderij’: een gebruiksgerichte paardenhouderij;
  2. ter plaatse van de aanduiding ‘Evenemententerrein’: een evenemententerrein ten behoeve van de uitoefening van hippische (sport)activiteiten;
  3. ter plaatse van de aanduiding ‘Bedrijfswoning’: een bedrijfswoning;
  4. ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – hippische arena’: hippische gras- en zandarena’s, inspringterreinen, paardenbakken en tribunes ten behoeve van en in het kader van de uitoefening van hippische (sport)activiteiten;
  5. ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – grastalud met opslag’, een grondlichaam met bouwwerk dat dienst doet als tribune en tevens voor opslag e.d. wordt gebruikt;
  6. ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – hoofdtribune’, een bouwwerk waarop tijdens het concours een overkapping wordt aangebracht en dat dienst doet als tribune, bergruimte, sponsorruimte e.d.;
  7. ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – tribunegebouw’, een tribunegebouw welke dienst doet als VIP-tribune en gericht is op de arena’s;
  8. ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – tijdelijke tribunes’, tijdelijke tribunes ten behoeve van de evenementen;
  9. ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – entreegebouw’, een entreegebouw welke toegang biedt aan de tribunes en de grens markeert tussen de verblijfsruimtes en de arena’s;
  10. ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – poortgebouw’, een publieksentree voor concoursbezoekers dat voorziet in een met trappen verhoogde entree van het concoursterrein;
  11. ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – hippische sport’: een rijhal, handelsstallen, pensionstallen, africhtingsstallen, trainingsstallen en tijdelijke verblijfshuisvesting ten behoeve van en in het kader van de uitoefening van hippische (sport)activiteiten;
  12. ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch - stallingsterrein’: een permanent stallingsterrein ten behoeve van de stalling van paardenboxen/-stallen van en in het kader van de uitoefening van hippische (sport)activiteiten ten tijde van evenementen;
  13. ter plaatse van de aanduiding ‘zend-/ontvangstinstallatie’: telecommunicatievoorziening, burgerwaarschuwings- en alarmeringsysteemvoorziening;
met daarbij behorende: 
  1. voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, water(berging) en (ontsluitings)wegen, ondergeschikte horeca en detailhandel.
 
3.2 Landschappelijke inpassing
 
Het gebruik van dit bestemmingsplan conform de bestemming ‘Agrarisch – Paardenhouderij’ is alleen planologisch toegestaan indien wordt voldaan aan het landschappelijke inpassingsplan, zoals aangegeven in de toelichting. Direct na de bouw van bouwwerken dienen deze landschappelijk te worden ingepast volgens de voorwaarden, zoals opgenomen in de bijlagen 8 (Landschappelijk inpassingsplan) en 8.1 (Kaart Landschappelijk inpassingsplan) van de toelichting van dit bestemmingsplan. Deze inpassing dient ook in stand te worden gehouden.
   
3.3 Bouwregels
 
3.3.1 Algemeen
  1. Binnen de bouwvlakken mogen hoofdgebouwen alsmede bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de in 3.1 genoemde bestemming en aanduidingen worden opgericht.
  2. Buiten de bouwvlakken mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de in 3.1 genoemde bestemming en aanduidingen worden opgericht worden opgericht.
3.3.2 Maatvoering van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak en de aanduiding 'Specifieke vorm van agrarisch - tijdelijke tribunes'
 
HOOFDGEBOUWEN EN BIJBEHORENDE BOUWWERKEN
MAX. GOOTHOOGTE
MAX. BOUWHOOGTE
MAX. OPPERVLAKTE EN/OF INHOUD
MIN. AFSTAND TOT ZIJDELINGSE PERCEELSGRENS
Bedrijfswoning
7,5 m*
12 m
750 m3
5 m
Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning (inclusief overkappingen)
3,5 m
6 m
100 m2
5 m
Bedrijfsgebouwen (inclusief overkappingen)
7,5 m
12 m
6.750 m2
5 m
Grastalud met opslag 12 m875 m25 m
Hoofdtribune 12 m1.250 m25 m
Tribunegebouw
8 m
12,5 m
600 m2
5 m
Tijdelijke tribunes
4,75 m
7 m
1.200 m2
5 m
Entreegebouw
8 m
12,5 / jurytoren 15m
300 m2
5 m
Poortgebouw
6,5 m
10 m
300 m2
5 m
Paardenboxen/-stallen
3,5 m
6 m
6.600 m2
5 m
BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE
MAX. GOOTHOOGTE
MAX. BOUWHOOGTE
MAX. OPPERVLAKTE EN INHOUD
MIN. AFSTAND TOT ZIJDELINGSE PERCEELSGRENS
Erf- of terreinafscheidingen   2 m**   
Vlaggen- en lichtmasten
  18 m  
Scoreborden   15 m  
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  3 m  
 
*De goothoogte van de bedrijfswoning mag worden overschreden door dakkapellen, indien:
  1. de afstand tot de dakvoet, de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 meter bedraagt;
  2. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 meter bedraagt;
  3. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van het hoofdgebouw ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt;
  4. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van het hoofdgebouw ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt.
**Bij een erfafscheiding van 2 m hoog dient 75% doorschijnend te zijn.
 
3.3.3 Maatvoering van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak
 
BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE
MAX. GOOTHOOGTE
MAX. BOUWHOOGTE
MAX. OPPERVLAKTE EN/OF INHOUD
MIN. AFSTAND TOT ZIJDELINGSE PERCEELSGRENS
Erf- of terreinafscheidingen
 
2 m**
  
Scoreborden
 
15 m
  
Overkappingen
 
15 m
  
Vlaggen- en lichtmasten
 
18 m
  
Zend-/ontvangstinstallatie
 
60 m
  
Overige bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde
 
3 m
  
**Bij een erfafscheiding van 2 m hoog dient 75% doorschijnend te zijn.
 
3.4 Specifieke gebruiksregels
 
3.4.1 Evenementen
Ter plaatse van de aanduiding ‘Evenemententerrein’ zijn evenementen toegestaan onder de volgende voorwaarden:
  1. evenementen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘Evenemententerrein’;
  2. evenementen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van en in het kader van de uitoefening van hippische (sport)activiteiten;
  3. maximaal 1 keer per jaar vindt eengroot evenement plaats en maximaal 4 keer per jaar vindt een klein evenement plaats;
  4. het grote evenement duurt maximaal 5 weken aaneengesloten, inclusief op- en afbouwtijd;
  5. het kleine evenement duurt maximaal 10 dagen aaneengesloten, inclusief op- en afbouwtijd;
  6. ten behoeve van het evenement is uitsluitend aan het evenement ondergeschikte/gerelateerde detailhandel en horeca toegestaan.
 
3.4.2 Tijdelijke verblijfshuisvesting
Ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – hippische sport’ is tijdelijke verblijfshuisvesting ten behoeve van en in het kader van de uitoefening van hippische (sport)activiteiten toegestaan onder de volgende voorwaarden:
  1. maximaal 400 m2 van de (bedrijfs)bebouwing mag in gebruik genomen worden als verblijfsaccommodatie voor het tijdelijk huisvesten van ruiters, trainers, grooms, stagiaires, tijdelijke medewerkers en andere personen die betrokken zijn bij de uitoefening van hippische (sport)activiteiten ten behoeve van de betrokken paardenhouderij;
  2. in de nog op te richten bebouwing zijn verblijfsruimten enkel toegestaan op de begane grond;
  3. de gebruiksgerichte paardenhouderij blijft de hoofdfunctie;
  4. de gebruikers dienen elders hun hoofdverblijf te hebben;
  5. er een nachtregister wordt bijgehouden;
  6. de tijdelijke huisvesting duurt maximaal 6 maanden;
  7. bij beëindiging van de paardenhouderij is tijdelijke huisvesting niet langer toegestaan;
  8. zelfstandige wooneenheden zijn niet toegestaan;
  9. de tijdelijke huisvesting mag de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische bedrijven niet nadelig beïnvloeden;
  10. de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen in relatie tot de functie en aard van de weg waaraan de locatie is gelegen;
  11. er dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te zijn.
 
3.5 Wijzigingsbevoegdheid
 
3.5.1 Ten behoeve van tijdelijke verblijfshuisvesting op de verdieping(en)
Ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch – hippische sport’ kunnen burgemeester en wethouders het plan wijzigen ten behoeve van het toestaan van de tijdelijke verblijfshuisvesting op de verdieping(en) van de (bedrijfs)bebouwing onder andere onder voorwaarde dat ontheffing wordt verleend van de voorkeursgrenswaarde van geluid.